“Als je je veilig voelt, voel je je zeker en durf je meer”

scholen en ouders

Maatschappelijke achtergrond

Machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag komen in veel vormen voor: van pesten en agressieve bejegening tot mishandeling en seksueel misbruik. Kinderen zijn vaak het slachtoffer van dit soort gedrag. Ervaringen met machtsmisbruik, bijvoorbeeld pesten en grensoverschrijdend gedrag grijpen diep in, in het leven van een kind. De hulpverlening kan zich richten op de nazorg, om deze kinderen te helpen moeilijkheden in de toekomst te voorkomen of ze helpen met verwerken wat ze hebben meegemaakt.

Wij willen met het programma WIsH ons vooral richten op de preventie in het basisonderwijs. Weerbaarheid is net als alle andere vaardigheden, aan te leren, te oefenen en te verbeteren. Dit programma wil alle kinderen een basis meegeven waarin zij ontdekken dat hun vrijheid, de mogelijkheid om jezelf te zijn, de moeite van het verdedigen waard is maar dat ook de vrijheid van de ander gerespecteerd dient te worden.

Er is behoefte aan training, zelfs les in het sociaal gedrag. Kinderen leren door kopiëren. Dit betekent voor ons dat we graag zelf levende voorbeelden willen zijn voor gewenst sociaal gedrag. Vaardigheden vallen te oefenen in rollenspelen die liefst uit het leven gegrepen zijn. Kinderen kunnen zo in een veilige omgeving de sociale vaardigheden al spelend verwerven.

Zo bezien valt de training in sociale vaardigheden onder het vak burgerschapsvorming. Het heeft maatschappelijk belang. Ongeacht of een leerling goed is in rekenen of taal; het kind kan leren om zich competent te voelen en om grenzen aan te geven en te respecteren. Aandacht voor pesten, groepsdruk en het leren omgaan met autoriteit en regels kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van bijvoorbeeld, agressie op onze sportvelden.

De kracht van WIsH is de intensieve samenwerking van de trainer met de eigen groepsleerkracht en de interne trainers van de school. WIsH is geschreven als preventief programma voor groep zes.

Weerbaarheid,
wat houdt het precies in?

Weerbaar zijn betekent: tegen een stootje kunnen, ergens tegen bestand zijn. Dat vind ik wel een mooie vergelijking als het over weerbaarheid gaat. In elk leven komen er moeilijke dingen. Het is belangrijk dat je weer terug kunt veren. Een kind is in het algemeen kwetsbaarder, raakt makkelijker beschadigd en is ook makkelijker te beïnvloeden. Dan kan er van alles gebeuren. Een kind kan slachtoffer worden van pesten, verkeerde keuzes maken, twijfelen aan zijn zelfvertrouwen of gevoeliger zijn voor risicogedrag. Tegelijkertijd kun je, als opvoeder, op die leeftijd ook nog zo veel bereiken!

Veel mensen denken bij weerbaarheid aan vechtsport en het fysiek verdedigen tegen agressief gedrag. Maar de fysieke verdediging is slechts een heel klein onderdeel van het totale ‘weerbaar zijn’. Bovendien is fysiek handelen pas het laatste redmiddel als al het andere echt niet meer werkt. Met de juiste mentale en sociale vaardigheden zul je in het normale leven haast nooit fysiek handelen nodig hebben om je grenzen te verdedigen. Wel is bijvoorbeeld lichaamstaal en houding enorm belangrijk bij het controleren van moeilijke situaties en het uitstralen van zekerheid en gezag. Opkomen voor jezelf is niet hetzelfde als agressief reageren of met geweld de ander de mond snoeren. Het is vaak juist de combinatie van sterke lichaamstaal in combinatie met de juiste mentale en sociale vaardigheden die maken dat een conflict geweldloos kan worden opgelost.  

fysieke verdediging is slechts een heel klein onderdeel van het totale ‘weerbaar zijn’

Weerbaar zijn voorkomt dat je over je heen laat lopen. Je weet wat je wilt en ook wat je niet wilt. Je herkent signalen bij jezelf (lichaamsbewustzijn) en bij de ander en je kunt hier bewust op reageren. Het betekent dat je bewust je grenzen aan kunt geven en je sterk maakt voor jezelf. Weerbaarheid zijn betekend dat je op jezelf kunt vertrouwen en dat je emotioneel, fysiek en mentaal sterk in je schoenen staat. Weerbaarheidstrainingen maken je daarom bewust van lichaamshouding en lichaamskracht en dat vergroot het zelfvertrouwen.  

Ja-, nee- en twijfelgevoelens spelen een grote rol bij het opkomen voor jezelf. Je bewust zijn van deze gevoelens is belangrijk om te kunnen merken of iemand jouw grenzen overschrijdt. Door te leren vertrouwen op ‘ja-’, ‘nee-’ en twijfelgevoelens kun je voorkomen slachtoffer te worden van grensoverschrijdend gedrag. Weerbaarheid heeft dus ook te maken met het kunnen inschatten van (bedreigende) situaties, het realistisch kunnen inschatten van de eigen beperkingen en mogelijkheden, het kunnen hanteren van emoties (woede en angst) en het kunnen bedenken en uitvoeren van efficiënte oplossingen, al dan niet met hulp van anderen.
 
Iemand die zich weerbaar gedraagt, bewaakt zijn of haar grenzen met zo veel mogelijk respect voor de grenzen van anderen. Weerbaar gedrag betekent dus dat je de weg kiest die het minst kwetsend is voor de ander. Weerbaar gedrag is assertief gedrag! Hierbij is het wel belangrijk te vermelden dat assertief gedrag vooral van toepassing is op situaties waar beide partijen gelijkwaardig zijn. Indien er, bijvoorbeeld door machtsverschil, sprake is van grensoverschrijding en geweld kan het zijn dat er geen sprake is van wederzijds respect. In die gevallen kan fysiek handelen noodzakelijk zijn.

Structuur van de lessen

Het programma WIsH bestaat uit:
Informatiebijeenkomst voor ouders/verzorgers
10 Lessen door de groepsleerkracht
7 Lessen door de trainers
1 Afsluitende les
Werkbladen voor de kinderen

De gekozen lesthema’s
met de doelen

Les 1 - Stevig staan

De kinderen hebben tijdens de voorbereidende lessen kennisgemaakt met het begrip weerbaarheid. In deze eerste les maken de kinderen kennis met de trainer en wordt het begrip weerbaarheid verder uitgediept. Middels een aantal oefeningen maken de kinderen kennis met allerlei aspecten van weerbaarheid. De kinderen ervaren tijdens deze les op verschillende manieren hoe competent ze zijn in bepaalde onderdelen. De kinderen leren fysiek sterker te staan en voelen dat dit kan leiden tot mentaal sterker staan. De kinderen oefenen het ‘stevig staan’ en worden aangespoord om dit uit te gaan proberen in een voor hen moeilijke situatie.

Les 2 – Grenzen

Ieder mens heeft een persoonlijk gebied om zich heen waar niemand zonder toestemming in mag komen. Dit gebied is omgeven met grenzen die je kunt voelen. Dit gevoel noemen wij het grensgevoel. Zonder grensgevoel zouden we constant ruzie en problemen met elkaar hebben. Deze les helpt de kinderen om zich bewust te worden van hun eigen persoonlijke ruimte en deze ook te bewaken.

Les 3 - Pesten

In deze les gaan we ervan uit dat de kinderen het verschil kennen tussen plagen en pesten en dat de kinderen de regels kennen van school ten aanzien van pestgedrag. De kinderen herkennen pesten op het moment dat dit gebeurt en weten hoe ze elkaar bij te kunnen staan bij pesten. Ze begrijpen dat pesten funest is voor de sfeer en ernstige gevolgen kan hebben. De kinderen weten waar ze naar toe kunnen voor hulp.

Les 4 - Lichaamstaal

Zonder dat je het zelf echt in de gaten hebt, ‘vertelt’ jouw lichaam al heel veel over hoe jij je voelt. Anderen kunnen op deze manier aan jou zien wat voor een type je bent of hoe jij je voelt. In deze les leren de kinderen dat in sommige situaties een stevige houding meestal het beste is. Als je stevig gaat staan, ga jij je vanzelf ook ‘stevig’ voelen.

Les 5 - Over de grens

Er worden gesprekken met kinderen gevoerd over wat kindermishandeling is en waarom het voorkomt. Ook leren ze wat je kunt doen als je wordt mishandeld of wanneer je er indirect mee te maken krijgt. Twee speerpunten voeren in deze les de boventoon: kindermishandeling kan stoppen en erover praten helpt.

Les 6 - Hulp vragen

Als je een probleem hebt of je ziet dat iemand anders een probleem heeft, hoe moet je dan hulp vragen of hulp bieden? Wat moet iemand weten die jou wil helpen? Kinderen leren de gedachten en emoties die verhalen bij hen losmaken, te verwoorden. Ze kunnen hulp vragen bij de juiste personen. Kinderen leren goed te luisteren naar een ander en kunnen hulp bieden als dit nodig is.

Les 7 - De groep en ik

Kinderen maken al op jonge leeftijd deel uit van een groep leeftijdsgenoten. Zoals er in alle groepen sprake is van samenwerken en onderhandelen, is er vaak ook sprake van ‘overhalen tot’ en ‘druk uitoefenen’ om iets gedaan te krijgen. Kinderen vanaf 10 jaar zijn zich hiervan meestal ook wel bewust. Door een aantal oplossingen aan te bieden, oefenen de kinderen in het weerstaan van groepsdruk. Kinderen leren positieve (groepskracht) en negatieve groepsdruk onderscheiden en laten zien dat ze juiste keuzes kunnen maken en hulp kunnen inschakelen als dit nodig is.   Ze laten zien hoeveel vertrouwen ze in zichzelf hebben. Dit doen ze door zich goed te concentreren en door hun spanning om te zetten in kracht om een plankje door te slaan.

Les 8 - Samen weerbaar

De kinderen hebben lessen weerbaarheid aangeboden gekregen. Zowel theoretische als praktijklessen. De kinderen zijn bekend met het begrip weerbaarheid, vertrouwen in jezelf en hebben zelfverdedigingstechnieken geoefend. De kinderen tonen aan een publiek wat zij tijdens de lessen over weerbaarheid hebben geleerd. Deze presentatie is onder andere een oefening in contact maken, jezelf laten zien, vertrouwen tonen en samenwerken met anderen.